Logo UHasselt

menu

RCEF


RCEF

Logo UHasselt Universiteit Hasselt - Knowledge in action

< OVERZICHT

Familiebedrijven zullen Limburgse economie weer redden    20 apr 2020

Familiebedrijven zullen Limburgse economie weer redden
20 apr 2020

Dominiek Claes - Het Belang van Limburg, 20/04/2020


“Limburg is bijzonder rijk aan familiebedrijven. Zij zullen vandaag meer dan ooit hun belang bewijzen voor het economisch herstel van onze regio.”

 

Dat zegt professor Wim Voordeckers, professor aan de UHasselt waar hij onder meer aan de kar trekt van het Research Center for Entrepreneurship en Family Firms. Dat wetenschappelijk onderzoekscentrum heeft ondertussen internationaal een uitmuntende reputatie weten opbouwen. Tot een paar decennia geleden werd er nauwelijks onderzoek verricht naar familiebedrijven.

Limburg heeft in het recente verleden al tal van economische ‘tegenslagen’ meegemaakt. Het begon met de sluiting van de mijnen, de sluitingen van Philips in Hasselt en Ford in Genk en meest recent de financieel-economische crisis van 2008. Alle barometers wijzen het uit: telkens heeft economisch Limburg de rug weten rechten en wist onze provincie weer uit de diepe put te kruipen. “En dat is toch vooral aan de familiebedrijven te danken”, maakt professor Voordeckers zich sterk.

Meer veerkracht

“Wetenschappelijk onderzoek in de nasleep van de financiële crisis van 2008 toonde aan dat familiebedrijven een grotere veerkracht hebben om externe schokken op te vangen. Vooral de familiebedrijven die goede structuren voor deugdelijk bestuur hadden opgebouwd vóór het begin van de crisis, hebben zich beter dan andere weten handhaven”, zegt professor Voordeckers. “Deze familiebedrijven tonen in het algemeen betere prestaties na de financiële crisis en zetten na de crisis het herstel sneller in”.

Reputatie

En daar zijn volgens Voordeckers verschillende verklaringen voor. “De grote betrokkenheid van de familie bij het bedrijf, zorgt voor meer stabiliteit. Daardoor kan het bedrijf in moeilijke periode terugvallen op het overlevingskapitaal van de familie”, legt hij uit. Maar er is meer. “Familiebedrijven worden vaak bestempeld als ‘traditioneel’ en ‘risicoschuw’. Nochtans tonen studies aan dat familiebedrijven in moeilijke omstandigheden net méér gaan investeren in innovatie en de nodige risico’s durven nemen. Bovendien zijn de familiale aandeelhouders eerder bekommerd om de reputatie van hun bedrijf. Ze zullen daarom minder snel overgaan tot herstructureringen die extra banen kosten. Een ontslagronde zal immers een negatieve impact hebben op de bedrijfsreputatie.”

Sociaal kapitaal

Maar de belangrijkste factor is misschien nog het ‘sociaal kapitaal’ dat veel familiebedrijven in de loop van de decennia hebben opgebouwd. “Familiebedrijven hebben een nauwe band gesmeed, niet enkel met hun medewerkers, hun leveranciers, klanten en financiers, maar ook met hun directe omgeving en de maatschappij. Kijk maar naar de vele familiebedrijven die sportclubs of plaatselijke events sponsoren of steunen. Familiebedrijven zijn zeer sterk ingebed in het bedrijfsweefsel van een maatschappij. Ze kunnen elkaar uitstekend versterken om deze crisis te overleven”, aldus professor Voordeckers.

Expertisecentrum

De professor wordt in zijn mening bijgetreden door Koen Hendrix, coördinator van het Expertisecentrum Familiebedrijven bij VKW Limburg. “Wij horen dat soort geluiden voortdurend bij de familiebedrijven in onze werkgroepen. Uiteraard kijken deze eigenaars-managers naar wegen om de verliezen in deze crisistijden te stelpen, maar in de eerste plaats willen ze toch hun ‘ploeg samenhouden’. En dat weten de werknemers ook. De grotere werkzekerheid zorgt ervoor dat de werknemers zich op hun beurt ook nauwer betrokken voelen bij het bedrijf. En dat verklaart waarom familiebedrijven in financieel moeilijke tijden een grotere arbeidsproductiviteit blijken te behalen dan niet-familiebedrijven”, stelt Koen Hendrix. “Dus, als het beleid één ding moet doen om deze economische trend te keren, is dat het versterken en steunen van onze familiebedrijven”, besluit hij.