Logo UHasselt

menu

Faculteit Revalidatiewetenschappen


Onderzoek

Onderzoek

Logo UHasselt Universiteit Hasselt - Knowledge in action

INWENDIGE REVALIDATIE

Situering, visie en missie

Onze huidige maatschappij ondervindt een hoge, en blijvend toenemende, prevalentie van chronische inwendige ziektebeelden zoals obesitas, diabetes, hart -en vaatziekten, chronisch obstructief longlijden en kanker. De toename in de prevalentie van deze aandoeningen is vaak een direct gevolg van fysieke inactiviteit en een ongezonde levensstijl, maar kan ook een indirect gevolg zijn van inactiviteit door toedoen van neurologische en/of musculoskeletale aandoeningen. In dit verband werkt de onderzoekscluster cardiorespiratoire en inwendige aandoeningen (CRI) frequent samen met onderzoekers uit de neurologische en musculoskeletale onderzoeksclusters. Deze inwendige ziektebeelden leiden tot toenemende gezondheidskosten, een kortere levensduur en een lagere kwaliteit van leven. Daarom is onderzoek dat leidt tot verbetering in de preventie, zorg en behandeling van deze inwendige ziektebeelden van groot maatschappelijk belang.

 

Onderzoeksactiviteiten

De CRI onderzoekscluster van het REVAL Rehabilitation Research Center focust enerzijds op (i) de optimalisatie van trainingsinterventies of revalidatieprogramma’s voor bovenvermelde ziektebeelden en (ii) anderzijds op de onderliggende mechanismen die aan de basis liggen van het algemeen therapeutisch effect van fysieke trainingsinterventies en/of revalidatieprogramma’s.

(i) Optimalisatie van trainingsinterventies en revalidatieprogramma’s. De CRI onderzoekscluster onderzoekt de impact van verschillende revalidatieprogramma’s en trainingsvormen op de functionele en inspanningscapaciteit, fysieke activiteit, spierkracht, lichaamssamenstelling en het metabolisme van personen met bovenvermelde ziektebeelden. Voorbeelden hiervan zijn: uithoudingstraining, hoog-intense interval training, elektro spierstimulatie en krachttraining. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van energie substraat manipulatie (vb. nuchtere training) en supplementatie van voedingsmiddelen (vb. beta-alanine) om de effecten van trainingsinterventie te maximaliseren. Doel van deze studies is te achterhalen welk type van revalidatie en training de grootste klinische en moleculaire effecten teweeg brengt bij personen met chronische inwendige aandoeningen.

(ii) Onderliggende mechanismen. Naast het rapporteren van algemene effecten van de hierboven beschreven interventies, onderzoekt de CRI onderzoekscluster ook de onderliggende mechanismen die aanleiding geven tot deze klinische effecten. In deze onderzoeken staan metabole en endocriene (vetcel fysiologie, glycemische controle en insulinesensitiviteit, endocriene regulatie), alsook cardiopulmonale (hartfunctie, longfunctie) en musculaire (spiercel/vezel morfologie en fysiologie) adaptaties centraal. Bijgevolg zijn de CRI studies steeds een combinatie van klinisch én moleculair onderzoekswerk, en worden ook onderzoeken in diermodellen uitgevoerd (in nauwe samenwerking met BIOMED).

Naast deze onderzoeksactiviteiten zet de CRI onderzoekscluster ook sterk in op de implementatie van dergelijke interventies in de maatschappij, door bijvoorbeeld bij de te dragen aan internationale klinische richtlijnen.

 

Operationele methoden en technieken

In onze onderzoeksgroep worden vaak technieken uit de inwendige geneeskunde toegepast, zoals:

  • spierbiopsie (met aanverwante moleculaire onderzoekstechnieken)
  • vetbiopsie (met in vitro en moleculair onderzoek) en vetweefsel microdialyse
  • echocardiografie en electrocardiografie
  • ergospirometrie, VO2 kinetiek testen, metabole flexibiliteitstesten
  • longfunctietesten
  • cardiovasculair autonome regulatie testen
  • basaal metabolisme testen
  • onderzoek van suikerregulatie en insulinegevoeligheid door: orale glucose tolerantie testen, euglycemische
  • hyperinsulinemische clamp testen en nuchtere bloedafnames
  • dual x-ray absorptiometrie scans
  • dynamometrie testen
  • functionele testen

Naast het humaan onderzoek worden binnen de CRI onderzoekscluster ook proefdiermodellen gebruikt om de pathofysiologie, alsook de impact van trainingsinterventie, te onderzoeken bij modellen voor congestie in hartfalen, en type 2 diabetes. Hierbij staan metabole regulatie (intravenueze glucose tolerantietesten, vetcel fysiologie), hartfunctie (echocardiografie en cardiomyocyt fysiologie), skeletspierfysiologie en immunologie (cytokines) vaak centraal.

 

Valorisatie en dienstverlening

De leden van deze cluster voorzien tal van voordrachten op nationale en internationale congressen en symposia, maar ook advies voor industrie en bedrijven. Op regelmatige basis worden ook bijscholingen voorzien, hetzij in Universiteit Hasselt zelf (REVAL Academy) of extern.

 

Samenwerkingsverbanden

De CRI onderzoekscluster van het REVAL Rehabilitation Research Center werkt nauw samen met tal van andere (buitenlandse) laboratoria en universiteiten. Er is een zeer nauwe samenwerking met BIOMED van UHasselt. 

 

Hoofdonderzoekers

Prof. dr. Dominique Hansen (Hoogleraar, Revalidatiewetenschappen en Kinesitherapie)
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/?term=hansen+d+belgium&sort=date&size=200

Prof. dr. Martijn Spruit (Hoogleraar, Revalidatiewetenschappen en Kinesitherapie)
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/?term=spruit+ma+&sort=date&size=200

Prof. dr. Chris Burtin (Tenure-track Docent, Revalidatiewetenschappen en Kinesitherapie)
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/?term=burtin+c+belgium&sort=date&size=200

 

Postdoctorale onderzoekers

Dr. Charly Keytsman (Revalidatiewetenschappen en Kinesitherapie)

Dr. Kenneth Verboven (Biomedische wetenschappen)

 

Doctorandi

Jana De Brandt (Bewegingswetenschappen)

Wouter Franssen (Biomedische wetenschappen)*

Maarten Van Herck (Revalidatiewetenschappen en Kinesitherapie)

Lisa Van Ryckeghem (Biomedische wetenschappen)

Kirsten Quadflieg (Revalidatiewetenschappen en Kinesitherapie)

Nastasia Marinus (Revalidatiewetenschappen en Kinesitherapie)

  
*onder directe begeleiding van Prof. dr. Bert Op ’t Eijnde uit BIOMED.

 

Vrijwillig wetenschappelijk medewerkers

Dr. Jamal Belkhouribchia (endocrinoloog-allergoloog)

 

Financiering

De CRI onderzoekscluster kan rekenen op financiële steun van FWO, H2020, Erasmus+ Sport, Limburgs kanker fonds, Koning Boudewijnstichting en van Universiteit Hasselt (interne onderzoeksfondsen)

 

Voorbeelden van publicaties (2018-2020)

Burtin C, Bezuidenhout J, Sanders KJC, Dingemans AC, Schols AMWJ, Peeters STH, Spruit MA, De Ruysscher DKM. Handgrip weakness, low fat-free mass, and overall survival in non-small cell lung cancer treated with curative-intent radiotherapy. J Cachexia Sarcopenia Muscle. 2020;11(2):424-431. Impact Factor: 9.8

Radtke T, Crook S, Kaltsakas G, Louvaris Z, Berton D, Urquhart DS, Kampouras A, Rabinovich RA, Verges S, Kontopidis D, Boyd J, Tonia T, Langer D, De Brandt J, Goërtz YMJ, Burtin C, Spruit MA, Braeken DCW, Dacha S, Franssen FME, Laveneziana P, Eber E, Troosters T, Neder JA, Puhan MA, Casaburi R, Vogiatzis I, Hebestreit H. ERS statement on standardisation of cardiopulmonary exercise testing in chronic lung diseases. Eur Respir Rev. 2019;28(154):180101. Impact Factor: 6.2

Troosters T, Langer D, Burtin C, Chatwin M, Clini EM, Emtner M, Gosselink R, Grant K, Inal-Ince D, Lewko A, Main E, Oberwaldner B, Tabin N, Pitta F. A guide for respiratory physiotherapy postgraduate education: presentation of the harmonised curriculum. Eur Respir J. 2019;53(6):1900320. Impact Factor: 12.3

Spruit MA, Singh SJ, Rochester CL, Greening NJ, Franssen FME, Pitta F, Troosters T, Nolan C, Vogiatzis I, Clini EM, Man WD, Burtin C, Goldstein RS, Vanfleteren LEGW, Kenn K, Nici L, Janssen DJA, Casaburi R, Shioya T, Garvey C, Carlin BW, ZuWallack RL, Steiner M, Wouters EFM, Puhan MA. Pulmonary rehabilitation for patients with COPD during and after an exacerbation-related hospitalisation: back to the future?. Eur Respir J. 2018;51(1):1701312. Impact Factor: 12.3

Klok FA, Boon GJAM, Barco S, Endres M, Geelhoed JJM, Knauss S, Rezek SA, Spruit MA, Vehreschild J, Siegerink B. The Post-COVID-19 Functional Status (PCFS) Scale: a tool to measure functional status over time after COVID-19 [published online ahead of print, 2020 May 12]. Eur Respir J. 2020;2001494. doi:10.1183/13993003.01494-2020. Impact Factor: 12.3

Ambrosetti M, Abreu A, Corrà U, Davos C, Hansen D, Frederix I, Iliou MC, Pedretti RFE, Schmid JP, Vigorito C, Voller V, Wilhelm M, Piepoli MF. Secondary prevention through comprehensive cardiac rehabilitation: from knowledge to implementation. 2020 update. A position paper from the Secondary Prevention and Rehabilitation Section of the European Association of Preventive Cardiology. Eur J Prev Cardiol. 2020; e-pub ahead of print. Impact Factor: 5.8

Hansen D, Niebauer N, Cornelissen V, Barna O, Neunhäuserer D, Stettler C, Tonoli C, Greco E, Fagard R, Coninx K, Vanhees L, Piepoli MF, Pedretti R, Rovelo Ruiz G, Corrà U, Schmid JP, Davos CH, Edelmann F, Abreu A, Rauch B, Ambrosetti M, Sarzi Braga S, Beckers P, Bussotti M, Faggiano P, Garcia-Porrero E, Kouidi E, Lamotte M, Reibis R, Spruit MA, Takken T, Vigorito C, Völler H, Doherty P, Dendale P. Exercise prescription in patients with different combinations of cardiovascular disease risk factors: a consensus statement from the EXPERT working group. Sports Med. 2018; 48: 1781-97. Impact Factor: 8.5

Verboven M, Van Ryckeghem L, Belkhouribchia J, Dendale P, Eijnde BO, Hansen D*, Bito V*. Effect of exercise intervention on cardiac function in type 2 diabetes mellitus: a systematic review. Sports Med. 2019; 49: 255-68. Impact Factor: 8.5 *Shared last authors.