Logo UHasselt

menu

Studenten en doctorandi


Studeren aan de UHasselt

Studenten en doctorandi

Logo UHasselt Universiteit Hasselt - Knowledge in action

1. OPLEIDINGEN

Artikel 1.1 Opleidingsaanbod en studieomvang van opleidingen

Artikel 1.2 Opleidingsonderdelen en hun studieomvang

Artikel 1.3 Academische kalender

Artikel 1.4 Curricula - Onderwijsmanagementteam (OMT)

Artikel 1.5 Evaluatievergaderingen m.b.t. kwaliteitszorg

Artikel 1.6 Vermeldingen per opleiding in de studiegids

Artikel 1.7 Vermelding per opleidingsonderdeel in de studiegids

 

Artikel 1.1 Opleidingsaanbod en studieomvang van opleidingen

  1. De Universiteit Hasselt/tUL organiseert bacheloropleidingen, masteropleidingen, voorbereidings- en schakelprogramma's, specifieke lerarenopleidingen, het doctoraat, postgraduaatsopleidingen en permanente vormingen.

  2. Een bacheloropleiding heeft een studieomvang van ten minste 180 studiepunten. Een masteropleiding heeft een studieomvang van ten minste 60 studiepunten. In het opleidingsprogramma kunnen afstudeerrichtingen (decretaal voorziene differentiatie in het programma met een studieomvang van ten minste 30 studiepunten) worden ingebouwd. Voor elke opleiding worden de leerresultaten/eindcompetenties uitgeschreven.

  3. De studieomvang van een voorbereidingsprogramma, dat georganiseerd wordt voor afgestudeerden van bepaalde academische bacheloropleidingen om toegang te verlenen tot een masteropleiding, is afhankelijk van de vooropleiding.

    Een schakelprogramma, dat georganiseerd wordt voor afgestudeerden van bepaalde bacheloropleidingen uit het hoger professioneel onderwijs om toegang te verlenen tot een masteropleiding, heeft een studieomvang van ten minste 45 en ten hoogste 90 studiepunten.

  4. Een specifieke lerarenopleiding heeft een studieomvang van 60 studiepunten.

  5. Een postgraduaat is een opleidingstraject dat de verbreding en/of verdieping van de competenties beoogt die verworven werden bij de voltooiing van een bachelor- of masteropleiding. Een postgraduaat heeft een studieomvang van ten minste 20 studiepunten.

 

Artikel 1.2 Opleidingsonderdelen en hun studieomvang

De leerresultaten/eindcompetenties van de opleiding en de postgraduaten worden gerealiseerd via de opleidingsonderdelen.

  1. De studieomvang van elk opleidingsonderdeel wordt uitgedrukt in gehele studiepunten en bedraagt ten minste 3 studiepunten. Het aantal studiepunten per opleidingsonderdeel wordt in de studiegids vermeld.

  2. Het aantal studiepunten van een opleidingsonderdeel is een maat voor de studietijd die nodig is om de leerresultaten/eindcompetenties van het opleidingsonderdeel te bereiken. Daarbij komt 1 studiepunt overeen met gemiddeld 27 uren studietijd (contactmomenten inbegrepen).

    Via evaluaties en studietijdmetingen wordt de overeenstemming tussen de begrote en de reële studietijd en de evenwichtige spreiding van de studiebelasting over de onderwijsperiodes nagegaan.

  3. Elke masteropleiding wordt afgesloten met een masterproef, waarvan de studieomvang gelijk is aan ten minste één vijfde van het totaal aantal studiepunten van het opleidingsprogramma, met een minimum van 15 studiepunten en een maximum van 30 studiepunten.

  4. Voor opleidingen die leiden tot beroepen die binnen het toepassingsgebied van de Europese richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties vallen, voldoen de te bereiken eindcompetenties van de opleiding minimaal aan de door de richtlijn gestelde voorwaarden met betrekking tot te verwerven kennis en bekwaamheid.

 

Artikel 1.3 Academische kalender

  1. De onderwijs- en examenperiodes en de vakanties voor de opleidingen worden vastgelegd in de facultaire academische kalenders, die via de website kunnen geraadpleegd worden.

  2. De onderwijs- en examenperiodes en de vakanties voor de postgraduaten worden vastgelegd in de academische kalenders die raadpleegbaar zijn op de website van SEE (Universiteit Hasselt School of Expert Education).

 

Artikel 1.4 Curricula - Onderwijsmanagementteam (OMT)

  1. Binnen een algemeen beleidskader op instellingsniveau is de faculteit/school verantwoordelijk voor de ontwikkeling en de uitvoering van de facultaire strategie inzake onderwijs, inclusief integrale kwaliteitszorg. De faculteitsraad/interfacultaire school geeft gemotiveerd advies aan de onderwijsraad en het instellingsbestuur over de onderwijscurricula van de opleidingen die onder haar bevoegdheid ressorteren. Binnen de OER-regeling oefent de Schoolraad van SEE voor de postgraduaten de taken van de faculteitsraad uit.

  2. Voor elke opleiding/postgraduaat wordt een onderwijsmanagementteam (OMT) ingericht (voor bachelor- en aansluitende masteropleiding of een taalequivalente opleiding kan eventueel eenzelfde OMT ingericht worden). Voor de opleidingen die onder haar bevoegdheid ressorteren geeft de faculteitsraad/interfacultair schoolbestuur, op voorstel van de decaan/voorzitter, gemotiveerd advies aan het College van Decanen over de samenstelling en het voorzitterschap van de betreffende OMT's.

    Voor de faculteit Rechten worden de taken van het OMT waargenomen door het opleidingsbestuur van de rechtenopleiding, conform de van kracht zijnde interuniversitaire samenwerkingsovereenkomst.

    Voor de postgraduaten die onder haar bevoegdheid ressorteren geeft de Schoolraad van SEE, op voorstel van de academische directeur van SEE, gemotiveerd advies aan de Raad van Bestuur van SEE over de samenstelling en het voorzitterschap van de betreffende OMT's.

    Binnen een algemeen beleidskader heeft een OMT minstens volgende bevoegdheden en verantwoordelijkheden:

a) het opstellen van een strategieplan van de opleiding in overeenstemming met het (onderwijs)beleidsplan op instellingsniveau;

b) kwaliteitsbewaking en –verbetering van de opleiding. Dit omvat het doorlopen van VISIO-O, de voorbereiding van de zelfevaluatie in het kader van accreditatie en het opstellen en jaarlijks opvolgen van verbeterbeleid;

c) het in kaart brengen van de noden voor onderwijskundige professionalisering/ondersteuning;

d) het uittekenen van het profiel van de opleiding;

e) voorbereiden van curriculumontwikkelingen en –wijzigingen. Dit omvat o.m. het voorbereiden van het opleidingsspecifiek competentieprofiel rekening houdend met de gevalideerde domeinspecifieke leerresultaten (DLR);

f) opvolging van de praktische organisatie van het curriculum (inclusief examens);

g) in kaart brengen van de wenselijke bestaffing om het beoogde curriculum te realiseren;

h) minstens éénmaal per jaar overleg plegen met het werkveld.

Het OMT rapporteert en adviseert aan de bevoegde faculteitsraad of aan het bevoegde schoolbestuur.

 

Artikel 1.5 Evaluatievergaderingen m.b.t. kwaliteitszorg

  1. Elk OMT stelt evaluatievergaderingen in m.b.t. de kwaliteitszorg van de opleiding. Een evaluatievergadering bestaat minstens uit drie studenten en bij voorkeur uit twee AP-leden (waarvan 1 OMT-lid is) en een studieloopbaanbegeleider; de AP-leden kunnen verschillen per onderwijsperiode. De ombudspersoon (zie rechtspositieregeling, art. 3.1) kan eveneens lid zijn. De evaluatievergaderingen vinden minimaal één keer per onderwijsperiode plaats bij voorkeur in het midden van een onderwijsperiode. 

  2. Een lid van het OMT maakt deel uit van de evaluatievergaderingen.

  3. De evaluatievergadering heeft volgende bevoegdheden in het kader van interne kwaliteitszorg:
    • het evalueren van de onderwijsverzorging per onderwijsperiode;
    • het oplossen van acute knelpunten m.b.t. het onderwijs en dit in samenspraak met de betrokken personeelsleden.

  4. Het OMT behartigt de goede werking van de evaluatievergaderingen en zoekt een bevredigende oplossing voor problemen die niet opgelost kunnen worden door de evaluatievergaderingen.

  5. De evaluatievergaderingen van een anderstalige opleiding kunnen in een andere taal dan het Nederlands worden gehouden met het oog op het verzamelen van de input van anderstalige studenten.

  6. Studenten die deelnemen aan een  evaluatievergadering worden conform het studentenparticipatiereglement beschouwd als studentenvertegenwoordiger. Hierin zijn de rechten en plichten van studentenvertegenwoordigers omschreven, waaronder de verplichting om voldoende terug te koppelen naar de bredere studentengroep die zij vertegenwoordigen. Om deze taak te vergemakkelijken, wordt er een verslag opgemaakt van de evaluatievergadering. Het verslag wordt beschikbaar gesteld voor studentenvertegenwoordigers die aanwezig waren op de evaluatievergadering.

 

Artikel 1.6 Vermelding per opleiding/postgraduaat in de studiegids

  1. In de studiegids wordt per opleiding/postgraduaat ten minste aangegeven (Codex hoger onderwijs art. II.221):
    • de graad waartoe de opleiding leidt, de kwalificatie van de graad en desgevallend de specificatie van de graad;
    • de studieomvang uitgedrukt in studiepunten;
    • in voorkomend geval de afstudeerrichtingen;
    • de onderwijstaal gebruikt in de opleiding/het postgraduaat;
    • de inhoud en de doelstellingen van de opleiding/het postgraduaat;
    • de begin- en eindcompetenties;
    • het opleidingsprogramma en de indeling in opleidingsonderdelen;
    • de organisatie van de opleiding in de vorm van modeltrajecten en geïndividualiseerde trajecten;
    • de volgtijdelijkheid van de onderscheiden opleidingsonderdelen;
    • de voorafgaande opleidingen die toegang geven tot de opleiding en de opleidingen die erop aansluiten.

 

Artikel 1.7 Vermelding per opleidingsonderdeel in de studiegids

  1. In de studiegids wordt voor een opleiding/postgraduaat per opleidingsonderdeel ten minste aangegeven (Codex hoger onderwijs art. II.221):
    • de studieomvang uitgedrukt in studiepunten;
    • de gebruikte onderwijstaal;
    • de doelstellingen;
    • de begin- en eindcompetenties;
    • de gegevens betreffende het examen/de evaluatie, rekening houdend met art. 1.2 lid 1, 2 en 3, art. 1.5 lid 1, art. 2.2 lid 2, art. 7.1 en art. 7.2 van de examenregeling. Indien de evaluatievorm in het kader van een examencontract afwijkt van de evaluatievorm onder diploma- of creditcontract, wordt dit uitdrukkelijk vermeld;
    • het aantal examenkansen per opleidingsonderdeel; rekening houdend met art. 1.3 lid 2, 4 en 10 van de examenregeling;
    • indien van toepassing, vermelding dat het opleidingsonderdeel uitgesloten is van tolerantie conform art. 4.7 lid 2 van de examenregeling;
    • of het opleidingsonderdeel wegens zijn aard wordt uitgesloten van een examencontract.