Logo UHasselt

menu

SeniorenUniversiteit


Programma

SeniorenUniversiteit

Logo UHasselt Universiteit Hasselt - Knowledge in action

EÉNDAAGSE UITSTAP 2020 NAAR VERVIERS.

Verviers, la ville lainière et capitale de l’eau.


Op verschillende plaatsen worden in deze streek overblijfselen van het paleolithisch en neolithisch tijdperk gevonden. De Neanderthalers bewoonden reeds 100.000 jaar geleden de streek rond de Vesder. Veel later (4 eeuwen
v. Chr.) kwamen de Kelten, Germanen en Galliërs en vermengden zich met de aanwezige bevolking. Voor de Romeinse tijd was de streek een deel van het territorium der Eburonen tussen de Rijn en de Dijle. Over de naam Verviers, die de Romeinse aanwezigheid verraadt, bestaan verschillende theorieën. De Germaanse plunderaars verdreven vanaf de 5e eeuw de Romeinse troepen en vestigden zich in het gebied. Op het einde van de 7e eeuw stichten de monniken van de Abdij van Stavelot er de Sint-Remaclusparochie. Het kleine houten oratorium werd in de 11e of 12e eeuw vervangen door een stenen kapel. Tot in het midden van de 15e eeuw was Verviers een klein landelijk gehuchtje.

Het kalkarme water van de Vesder was echter zeer geschikt voor het wassen van wol, waardoor de lakenindustrie zich snel ontwikkelde naast metaalbewerking. De stad werd ommuurd omstreeks 1652.

De lakenfabrikant Iwan Simonis nodigde rond 1797 Cockerill uit machines voor hem te bouwen voor de bewerking van de wol (bv. kaarden). In 1807 begon hij, samen met Hodson in Luik een fabriek voor textielmachines aangedreven door stoom. Dit was het begin van de industriële revolutie op het Europese continent. De textielindustrie, vooral in Verviers gevestigd, was in 1787 goed voor meer dan 72% van de totale export van het Prinsbisdom Luik. Halfweg de 19e eeuw was Verviers het zwaartepunt van de Belgische textielindustrie. In die periode ontstonden meerdere bouwwerken die de grootsheid van de stad tot uiting moesten brengen, zoals het stadhuis met ertegenover een fontein. Op het einde van de 19e eeuw vond er een crisis plaats door de overproductie en de veroudering van de textielfabrieken. Uiteindelijk zijn er in de 21e eeuw nog slechts 2 bedrijven actief in de wolindustrie.

De stad herbergt meerdere musea, waaronder vooral het Wolmuseum, het museum voor Archeologie en Folklore en het Maison de l’Eau.
Bekende culinaire producten zijn de rijsttaart, de peperkoek en het gebak van Verviers.

De stad is bekend als la Ville lainière en Capitale de l’eau. Dit laatste uit zich vooral in de talrijke fonteinen in de stad.

Verviers, samen met de deelgemeentes van na de fusie van 1977, telt meer dan 55.000 inwoners.


Het beroemde Onze-Lieve-Vrouw beeld werd door Aleydis van Holland op vraag van haar moeder Machteld van Brabant in 1267 naar Halle gebracht. Tot de 15e eeuw  kent  Halle  een  gestadige  groei  als  handelscentrum  en bedevaartsoord. De meest bloeiende ambachten waren die van de mandenmakers, leerlooiers en brouwers. Door de talrijke bedevaarders waren er vele brouwerijen en gasthuizen zoals “Den Hert”, “De Gouden Ster”, “De Hoorn”, “De Roode Leeuw” en “In Den Sleutel”. De bijnaam “Vaantjesboeren” komt door de verkoop van de talrijke bedevaartvaantjes.

Door haar strategische ligging op de grens van Brabant en Henegouwen moest de stad veel zorg besteden aan haar verdediging. Zo werd  in de 13e eeuw een eerste en in de 14e eeuw een tweede ringmuur gebouwd. Van de vier poorten  bleef niets bewaard. In de 16e en 17e eeuw werd de ontwikkeling herhaaldelijk onderbroken door plunderingen, belegeringen en verwoestingen. In de tweede helft van de 18e eeuw kent Halle economische bloei en expansie.  In  het  centrum  is het oude stadspatroon vrij goed bewaard. De Sint-Martinuskerk  (14e en 15e eeuw) in Brabantse hooggotiek werd herhaaldelijk vergroot en herbouwd. Het   was en is een bekende bedevaartkerk, door de verering van de Zwarte Madonna. De legende vertelt dat het Mariabeeld zwart geworden zou zijn nadat het tijdens een beschieting van de stad kanonballen in haar mantel had opgevangen. Een historisch feit daarentegen is dat aartshertog Albrecht van Oostenrijk op 13 juli 1598, de vooravond van zijn vertrek naar Spanje, waar hij zou trouwen met zijn nicht Isabella, de symbolen van zijn kardinaalschap aan de voeten van de Zwarte Madonna neerlegde. Later zou het echtpaar als heersers over de Zuidelijke Nederlanden herhaaldelijk naar Halle op bedevaart gaan. Dat zou pas veranderen toen ze de kerk van Scherpenheuvel lieten bouwen.

In 1946 werd de Sint-Martinuskerk verheven tot basiliek en wordt sindsdien de O.-L.-Vrouwbasiliek genoemd. Ze werd recentelijk volledig gerestaureerd. Ook heel wat historische gebouwen getuigen nog van de rijke geschiedenis van de stad zoals bv. Het Vlaamse Renaissancestadhuis uit 1616 en het voormalig Jezuïetencollege uit 1650. Dit gebouw herbergt naast de Servaisacademie (voor muziek, woord en dans) ook het Zuidwest-Brabants museum. Het standbeeld van de beroemde cellist Adriaan Frans Servais (1807-1866) staat op de trechtervormige Grote Markt. Er is in de stad nog een rijk patrimonium van oude historische huizen en diverse gebouwen te bezichtigen.