Titel
EU-waardengebaseerde vredesopbouw en internationale bemiddeling: Onverzoenbare partners? (Onderzoek)
Abstract
Het doctoraat analyseert de kenmerkende, op waarden gebaseerde benadering van bemiddeling in de internationale sfeer door de Europese Unie (EU), die voortkomt uit haar normatieve wending. Het evalueert in hoeverre deze afwijkende benadering (on)verenigbaar is met het gevestigde internationale bemiddelingskader, met name dat van de Verenigde Naties, zowel wat betreft de principes van de bemiddelaar als het bemiddelingsproces, en beoordeelt hoe de daaruit voortvloeiende spanning kan worden verzoend om de vredesinspanningen van de EU te versterken.
Het doctoraat onderzoekt de (historische) ontwikkeling van internationale vredesbemiddeling vanuit zowel globaal als Europees perspectief. Bijzondere aandacht wordt besteed aan de karakteristieke eigenschappen van de EU als internationale bemiddelaar, de waarden en belangen die haar bemiddelingspraktijken vormgeven en haar identiteit als normatieve macht weerspiegelen. Daarnaast wordt onderzocht of het soft law karakter van het EU-bemiddelingskader een proces van geleidelijke legalisering ondergaat met mogelijke implicaties voor verantwoording en naleving.
Hoewel de EU zich profileert als een normatieve bemiddelaar, geworteld in de fundamentele waarden van de Unie, zoals vastgelegd in de artikelen 2 en 21 van het VEU, wijken haar operationele principes op belangrijke punten af van de UN Guidance for Effective Mediation, met name op het gebied van onpartijdigheid, neutraliteit en nationaal eigenaarschap. Het proefschrift onderzoekt waarom en hoe de bemiddelingsaanpak van de EU aansluit bij of afwijkt van internationale bemiddelingsnormen en bespreekt hoe de EU haar normatieve identiteit construeert in haar discours over vredesbemiddeling. Op basis van doctrinale analyse, vergelijkende rechtswetenschap en Critical Discourse Analysis, geïnspireerd door TWAIL en kritische rechtswetenschap, onderzoekt de thesis of deze verschillen een diepere tendens aan het licht brengen die lijkt op een moderne vorm van de civilising mission en in hoeverre de bemiddelingspraktijken van de EU het risico lopen een eurocentrisch model te exporteren, waardoor de autonomie van de conflictpartijen in het gedrang kan komen en de geloofwaardigheid van de EU als bemiddelaar kan afnemen.
Uiteindelijk tracht de studie te verwoorden hoe de EU haar normatieve ambities kan verzoenen met internationale normen om haar legitimiteit te versterken, de samenhang met fundamentele bemiddelingsprincipes te waarborgen en haar praktische doeltreffendheid in vredesbemiddeling te vergroten.
Periode
16 september 2025 - 15 september 2029