Project R-11685

Titel

Spinale houding als trigger voor episodische hoofdpijn in een biopsychosociale context? Een exploratieve studie.

Abstract

Hoewel cervicogene hoofdpijn (CeH) vaak voorkomt in de eerstelijnszorg, is wetenschappelijk bewijs voor therapeutische effectiviteit schaars en inconsistent. Een laag therapiesucces kan verband houden met de definitie van CeH. Deze wekt de indruk dat CeH een homogeen hoofdpijntype is, gebaseerd op een biomedisch model. Aangezien de episodische CeH-populatie heterogener zou kunnen zijn, lijkt subgroeperen op basis van een multidimensionaal profiel noodzakelijk. Op basis van resultaten uit ons vorige werk, werd een potentiële multidimensionale subgroep binnen episodische CeH voorgesteld. Van een dergelijke subgroep, nl. 'Spinal Posture Induced Episode Headache' of 'SPIEH', wordt verondersteld dat deze bestaat uit patiënten, waarbij op basis van multidimensionale profilering interacties tussen psychosociale, levensstijl, pijnverwerking en zithoudingskenmerken kunnen worden vastgesteld. De huidige studie is ontworpen om deze experimentele hypothese te testen. De belangrijkste doelstelling is: Het verkennen van een potentiële multidimensionale subgroep binnen episodische CeH, nl. SPIEH. Drie werkpakketten (WP) werden opgesteld om interacties tussen drie WP binnen een biopsychosociaal spectrum te analyseren: WP1 Psychosociaal en levensstijl, WP2 Pijnverwerking en WP3 Spinale zithoudingskenmerken. Er werden vergelijkingen gemaakt tussen patiënten met SPIEH (SPIEHg) (n = 18) [40.2 (± 10.9) jaar] en een gematchte controlegroep (Cg) (n = 18) [39.2 (± 13,1) jaar] voor, tijdens en na een bureautaak van 30 minuten. Uit de resultaten blijkt dat variabelen uit de drie WP interageren in SPIEHg. Deze nieuwe bevindingen ondersteunen de multidimensionale aard van episodische CeH en de aanwezigheid van verschillende patiëntprofielen binnen SPIEH.

Periode

16 september 2019 - 15 september 2020