Project R-3959

Titel

Onvolmaakte markten, de financiële crisis en het meten van productiviteit: een micro-econometrische analyse (Onderzoek)

Abstract

Het meten van productiviteitsgroei is meestal gebaseerd op een modellen die gebruik maken van zware neoklassieke veronderstellingen. In de echte wereld, en zeker gedurende een crisis, komen er echter marktimperfecties voor. Het doel van dit doctoraatsproject is het bouwen van een productiviteitsmaatstaf, met name een Total Factor Productivity (TFP) maatstaf, die rekening houdt met de manier waarop bedrijven omgaan met input en output en met het feit dat markten bepaalde fricties vertonen. Daarnaast behandelt het doctoraatsproject ook de effecten van de recente financiële crisis op TFP. De bijdragen ten aanzien van de literatuur zijn de volgende: Ten eerste beschouwt het project vier niet-neoklassieke veronderstellingen: onder- of overbezetting van kapitaal, loononderhandelingen, schaaleffecten en winstmarges. De TFP-maatstaf wordt voor deze marktimperfecties gecorrigeerd. Daarbij is het belangrijk te onderzoeken in welke mate de maatstaf gevoelig is voor verschillende modelspecificaties met betrekking tot bovenstaande imperfecties. Op die manier wordt de vertekening van TFP (groei en distributie) geschat die optreedt als gevolg van het niet controleren voor deze imperfecties. Ten tweede worden de positieve en negatieve effecten van de financiële crisis op TFP, voortvloeiend uit de literatuur, nagegaan. Meer bepaald wordt de impact van deze effecten op het niveau en de groei van TFP en op de verdelingen ervan nagegaan (via semi/niet-parametrische schatters). Specifieke aandacht wordt gegeven aan het kwantificeren van de financiële crisis. Ten derde maakt het project gebruik van data op bedrijfsniveau om op die manier beter de verschillende heterogene effecten van de financiële crisis te analyseren. Deze effecten zouden elkaar immers kunnen uitmiddelen op een geaggregeerd niveau. Daarenboven wordt een unieke dataset samengesteld waarbij productiedata gelinkt worden aan andere data (bijvoorbeeld werkgever-werknemersdata en conjunctuurenquêtes).

Periode

01 oktober 2012 - 31 maart 2015