Faalangst kan je herkennen in je gevoelens, in je gedachten en in je gedrag.
Gevoelens
Je voelt misschien de volgende dingen:
- emotioneel: paniek, angst, hopeloosheid, verdriet, kwaadheid, schaamte, prikkelbaar, humeurig, lusteloos, twijfel, …
- lichamelijk: zweten, versnelde hartslag, versnelde ademhaling, moeilijkheden met concentratie, hoofdpijn, misselijkheid, maag- en/of darmklachten, moeilijkheden met in- of doorslapen, …
Gedachten
Gedachten die door je heen gaan, zijn mogelijks:
- bezorgdheid over je prestaties
- piekeren over de gevolgen van falen
- twijfel over je competenties
- doemdenken (vb. ‘het lukt me nooit’, ‘alles gaat toch altijd mis’, …)
Gedrag
Misschien merk je één van deze dingen op in je gedrag:
- vermijdingsgedrag (vb. studeren uitstellen)
→ dit noemt men ook wel eens ‘passieve faalangst’: om de angst te vermijden, ga je (bepaalde) studietaken uit de weg
- perfectionistisch gedrag (vb. moeilijkheden om te stoppen met studeren)
→ ook bekend als ‘actieve faalangst’: om de angst onder controle te houden,
probeer je het risico op falen te vermijden door zoveel mogelijk te studeren
- voortdurend vergelijken met anderen
- eetproblemen (vreetbuien, veel snoepen of net amper eten)
- Ontdek wat er in je brein en lichaam gebeurt als je (faal)angst ervaart (video, 4’)
- 6 kenmerken van faalangst (infographic)
Al deze gedachten, gevoelens en gedrag beïnvloeden elkaar.
Wat je voelt, beïnvloedt je gedachten:
Maar ook omgekeerd beïnvloedt wat je denkt je gevoelens en je gedrag: als je negatieve gedachten hebt (vb. ‘ik zal weer mislukken’), ga je je niet goed voelen (vb. je voelt je moedeloos, mislukt) en ga je misschien sneller opgeven.
- Lees hoe je gedachten je gevoelens en gedrag kunnen beïnvloeden (website)
- Ontdek de interacties tussen gedachten, gevoelens en gedrag met een voorbeeld (video, 3’)
- De interacties tussen gevoelens, gedachten en gedrag in één oogopslag (afbeelding)