Kan thuismonitoring helpen voorkomen dat longkankerpatiënten tijdens hun behandeling onverwacht op de spoeddienst belanden? Dat onderzoekt het nieuwe Interreg-project VITAL van het Limburg Clinical Research Center van UHasselt en de ziekenhuizen ZOL en Jessa samen met onderzoekspartners uit Nederland en Duitsland. Door met een ring vitale parameters zoals hartslag, zuurstofsaturatie en fysieke activiteit thuis continu op te volgen, willen de onderzoekers complicaties sneller detecteren en zo spoed- en ziekenhuisopnames voorkomen. Het driejarige Interreg-project heeft een totaalbudget van 3,77 miljoen euro.
Longkankerpatiënten die chemo- en/of immuuntherapie krijgen, ondervinden vaak bijwerkingen zoals koorts, vermoeidheid en verminderde eetlust. Die kunnen soms zo ernstig zijn dat patiënten onverwacht op de spoeddienst belanden of worden opgenomen in het ziekenhuis. Tussen behandelingen door ligt vandaag een grote verantwoordelijkheid bij de patiënt en diens omgeving om bij problemen zelf contact op te nemen met het behandelingsteam.
Het Interregproject VITAL (Vital-sign Monitoring for Personalized Lung Cancer Care) wil die aanpak veranderen. Patiënten dragen thuis een ring die onder meer hartslag, ademhaling, fysieke activiteit en slaap opvolgt. “Vandaag weten we eigenlijk maar weinig over wat er met een patiënt gebeurt tussen twee contactmomenten in het ziekenhuis. Ons doel is om te kunnen ingrijpen wanneer het niet goed gaat met de patiënt en dat door veranderingen in de vitale functies op te pikken.” zegt dr. Femke Wouters van de Mobile Health Unit van UHasselt, Ziekenhuis Oost-Limburg en Jessa Ziekenhuis (Limburg Clinical Research Center).
In de eerste fase, die net is opgestart, wordt de technologie getest bij een kleine groep patiënten in de deelnemende ziekenhuizen in België (ZOL, Jessa & CHU Liège) en Nederland (Maastricht UMC+ & Laurentius Ziekenhuis Roermond). Met hun gegevens ontwikkelen en valideren de onderzoekers een algoritme dat op maat van elke patiënt kan herkennen wanneer er belangrijke negatieve veranderingen in de vitale functies optreden en zo een mogelijke verslechtering van de gezondheidstoestand kan signaleren.
De dagelijkse opvolging van oncologische patiënten gebeurt voornamelijk door oncocoachen. Dit zijn gespecialiseerde verpleegkundigen die in nauw contact staan met de patiënten. VITAL moet hen helpen gerichter in te grijpen en zo hun werklast verminderen, want hun beschikbaarheid staat onder grote druk. “Met een individueel algoritme willen we niet simpelweg alarm slaan wanneer iemands hartslag of temperatuur boven een algemene grenswaarde uitkomt. De ene persoon heeft van nature een hogere hartslag of een lagere lichaamstemperatuur dan de andere. We willen voor iedere patiënt een individueel referentie interval bepalen, waarbij we vooral naar veranderingen kijken ten opzichte van de unieke individuele waarden”, zegt longarts prof. dr. Maarten Criel (Ziekenhuis Oost-Limburg/UHasselt/LCRC).
Dat individuele profiel wordt opgemaakt door de onderzoekers van het Data Science Institute van UHasselt. Zij ontwikkelden in eerdere projecten al een individueel referentie interval, dat nu zal worden toegepast op longkankerpatiënten.
Onderzoekers van Aken ontwikkelen daarnaast een platform waarop zorgverleners de gegevens van de telemonitoring kunnen opvolgen. “Het zal nooit de bedoeling zijn dat een algoritme zelfstandig medische beslissingen neemt. De technologie en het algoritme moet zorgverleners vooral helpen om sneller te bepalen welke patiënt mogelijks extra aandacht nodig heeft. De patiënt blijft hierbij altijd centraal staan”, zegt Femke Wouters.
Na de testfase volgt een gerandomiseerde klinische studie met zo’n 240 patiënten. De onderzoekers vergelijken patiënten die continue thuismonitoring krijgen met een controlegroep die de standaardopvolging krijgt. Ook de implementatie en de patiënttevredenheid wordt onderzocht.
Kostenefficiënt. Maastricht University onderzoekt binnen VITAL ook de kosteneffectiviteit. Hoeveel spoedopnames en ziekenhuisdagen kunnen worden vermeden, en welke personeelsinzet is daarvoor nodig? “Dat is een belangrijke vraag om de technologie ingang te laten vinden in de gezondheidszorg vandaag”, zegt Femke Wouters.
Het uiteindelijke doel reikt bovendien verder dan longkanker. “We willen binnen VITAL een aanpak uitbouwen die we later kunnen toepassen voor andere ziektebeelden en/of patiëntengroepen.”, zegt Maarten Criel. “Als we patiënten van op afstand kunnen monitoren en proactief ingrijpen bij verslechtering zal dit uiteindelijk leiden tot een betere zorg voor onze patiënten en een besparing voor onze gezondheidszorg.”
foto: prof. Dr. Maarten Criel
VITAL loopt van 1 september 2026 tot 31 augustus 2029. UHasselt werkt binnen het project samen met Ziekenhuis Oost-Limburg, Jessa Ziekenhuis, het Universitair Ziekenhuis van Luik, Maastricht UMC+, Maastricht University, Laurentius Ziekenhuis Roermond, Universitätsklinikum RWTH Aachen en Docs in Clouds TeleCare GmbH.
Het project heeft een totaalbudget van 3,77 miljoen euro, waarvan 2,26 miljoen euro is gecofinancierd door het programma Interreg Meuse-Rhine (NL-BE-DE) van de Europese Unie.