Fluorescence Imaging Systems : van bricolage naar het eerste ‘zuivere’ UHasselt-patent

Nieuwe meetinstrumenten worden niet geboren, ze worden gebouwd. Toestellen die later de ‘mainstream’ bereiken, beginnen doorgaans als pioniers- en knutselwerk: proberen, aanpassen, opnieuw beginnen. De ontwikkeling van systemen voor fluorescentiebeeldvorming aan UHasselt is een sprekend voorbeeld van dat proces. 

Prototype 1B (2) Prototype 1B (2)

De bewaarde toestellen tonen een duidelijke lijn: van knutselwerk met alledaagse huis-, tuin- en keukenonderdelen, via een robuuster prototype, tot een draagbaar instrument dat zowel wetenschappelijk als praktisch inzetbaar werd. Dit traject markeerde bovendien een institutionele mijlpaal: het mondde uit in het eerste ‘zuivere’ UHasselt-patent.

Fluorescentiewaarden als symptoom

Plantenstress - door watertekort, een verstoorde voedingstoestand, zware metalen of een beginnende infectie - blijft vaak lang onder de radar en wordt pas zichtbaar wanneer de schade al is ingezet. Chlorofylfluorescentie biedt een elegante uitweg. Deze techniek laat toe om de fysiologische toestand van een plant te beoordelen zonder dat je daarvoor iets hoeft weg te nemen of te beschadigen: je meet rechtstreeks op het blad of de vrucht, zonder te knippen of te plukken.

Chlorofyl absorbeert licht om de fotosynthese aan te drijven, maar zet niet alle energie om: een klein deel komt vrij als een zwak fluorescentiesignaal. Omdat dat signaal nauw samenhangt met de efficiëntie van het fotosyntheseapparaat, verandert het vaak al bij de eerste tekenen van verstoring. Fluorescentie-imaging was daarbij een belangrijke stap vooruit. In plaats van een klassieke puntmeting - één sensor op één plek - maak je een tweedimensionaal beeld van het fluorescentiesignaal over een blad of vrucht. Dat is essentieel, want stress is zelden gelijkmatig verdeeld. Met imaging zie je meteen waar het systeem anders reageert - als zones, randen of vlekken - en niet alleen hoe sterk het signaal verandert.

Van Brico tot patent

De stap naar beeldvorming vroeg om instrumenten die nog niet vanzelfsprekend beschikbaar waren. De eerste generatie aan UHasselt droeg daarom het stempel van echte bricolage. De Italiaanse doctoraatsstudent Massimo Ciscato (promotor: Prof. dr. R. Valcke) bouwde, samen met dr. Maarten van de Ven, een werkend imaging-prototype met materiaal dat je in iedere doe-het-zelfwinkel kunt vinden: filters, een camera en met verrassend alledaagse oplossingen, zoals een flexibele ‘darm’ als verbinding. Dit prototype moest vooral aantonen dat het meetprincipe werkt, en tegelijk uitzoeken welke technische voorwaarden doorslaggevend zijn (belichting, filtering, afscherming tegen omgevingslicht, stabiliteit van het signaal).

In een tweede fase kreeg het systeem meer vorm als echt instrument. Samen met Maastricht Instruments werd een nieuw prototype gebouwd (‘de koffiepot’). Wat eerst vooral een experimentele opstelling was, werd nu steviger, betrouwbaarder en beter reproduceerbaar. Dat is bij fluorescentiemetingen geen luxe: de methode is uitzonderlijk gevoelig - ideaal voor vroege detectie -maar precies daarom moet je belichting, filters en cameraregistratie strikt beheersen. Uit die samenwerking groeide bovendien een bijzondere institutionele mijlpaal: ze mondde uit in wat binnen UHasselt geldt als het eerste ‘zuivere’ UHasselt-patent.

Toepassing in onderzoek en praktijk

De derde generatie betekende de sprong naar de praktijk. Een tweede draagbaar prototype werd ontwikkeld samen met Verhaert New-Products & Services in Kruibeke. Er kwam een draagbaar toestel met handvat, met LED’s en een scan-/registratieopzet (‘het vogelhuisje/nestkastje’). De meetopstelling bleef niet langer op één plek in het labo, maar kon mee naar serre, boomgaard en proefveld. Die mobiliteit bleek meer dan een technische verbetering. Het toestel werd onder meer gebruikt in Zuid-Afrika, waar doctoraatstudenten met huurwagens het veld introkken om metingen uit te voeren. Het instrument moest dus niet alleen wetenschappelijk verfijnd zijn, maar ook robuust en hanteerbaar: snel op te stellen, verplaatsbaar, en bruikbaar onder wisselende omstandigheden.

Binnen de toepassingsgebieden kreeg fruitkwaliteit een strategische plaats, vooral bij appels. Fluorescentiebeeldvorming maakt het mogelijk om subtiele verschillen en vroege stresssignalen zichtbaar te maken die je met het blote oog nog niet ziet, precies het soort informatie dat telt voor bewaring en kwaliteitsselectie. Dat verklaart de snelle interesse vanuit de sector: er groeiden contacten met telers, veilingen en partners zoals PCfruit, en ook de bereidheid om financieel mee te investeren in verdere optimalisatie nam toe.

Impact en innovatie

Die wisselwerking past bovendien naadloos binnen de missie van UHasselt als civic university: onderzoek dat niet in het labo blijft, maar zich richt op concrete vragen uit de samenleving en de regio. In dit geval betekent dat wetenschappelijke expertise rond fotosynthese en plantenstress vertalen naar een instrument dat fruittelers en ketenpartners helpt om beter te beslissen, met minder verlies, hogere kwaliteit en efficiëntere bewaring. Het is een voorbeeld van hoe academische kennis via samenwerking, proefopstellingen en technologische verfijning kan uitmonden in impact ‘op het terrein’.

Als academisch erfgoed zijn deze toestellen waardevol omdat ze de innovatie zichtbaar maken in materiële vorm. Je ziet de overgang van puntmeting naar beeldvorming, van laboset-up naar draagbaar veldinstrument, en van onderzoeksvraag naar toepassing in de land- en tuinbouw. Het zijn objecten die tonen hoe wetenschappelijke kennis niet alleen wordt geschreven, maar ook wordt gebouwd: van improvisatie tot prototype, en van prototype tot patent.

 

Prototype 1A Prototype 1A Prototype 1
Prototype 1C Prototype 1C Prototype 1
Prototype 1B Prototype 1B Prototype 1
Prototype 2 De Koffiepot Prototype 2 De Koffiepot Prototype 2: de koffiepot
Prototype 3 Het Vogelhuisje Prototype 3 Het Vogelhuisje Prototype 3: het vogelhuisje