Aan UHasselt kunnen studenten geneeskunde tijdens hun opleiding gebruik maken van osteologisch materiaal - zeg maar menselijk gebeente - om een beter ruimtelijk inzicht te krijgen in de anatomische opbouw van het menselijk lichaam. Dit materiaal biedt een tastbare aanvulling op de theoretische kennis die via handboeken en andere leermiddelen wordt aangereikt.
Dit osteologisch materiaal heeft echter niet alleen een educatieve waarde, maar illustreert eveneens veranderende ethische en wetenschappelijke gevoeligheden. Tijdens een studiedag in het GUM in 2023 bogen erfgoedwerkers zich over wetenschappelijke collecties met menselijke resten en de vragen die daaraan verbonden zijn:
Dat deze kwestie ook binnen UHasselt relevant is, hoeft geen verder betoog. Voor een goed begrip: het gaat hier niet over het gebruik van vrijwillig gedoneerde lichamen voor wetenschappelijk onderwijs en onderzoek. Het betreft de tentoonstelling van menselijk materiaal in een museale context en de herkomstproblematiek, o.a. bij anonieme resten, die ook raakt aan de academische context.
In de jaren '70 en '80 van de vorige eeuw was het gangbaar dat medische faculteiten wereldwijd osteologisch materiaal aankochten bij gespecialiseerde handelaren. Dit gebeurde destijds ook aan het L.U.C., waar prof. dr. W. Robbrechts en prof. dr. J. Cremers een reeks menselijke resten (o.a. schedels) verwierven via officiële handelskanalen.
Indertijd bestond vooral in India een bloeiende handel in anatomische preparaten. De oorsprong van de verhandelde overblijfselen was echter niet altijd even transparant. Na nader onderzoek bleken veel menselijke resten afkomstig te zijn van anonieme of sociaal kwetsbare individuen, waaronder armen en daklozen. Daarnaast werden gevallen gerapporteerd waarbij lichamen werden gestolen uit ziekenhuizen of begraafplaatsen om aan de vraag vanuit het Westen te voldoen.
In 1986 vaardigde India een uitvoerverbod uit op menselijke stoffelijke resten, grotendeels als reactie op toenemende ethische bezwaren en mede onder druk vanuit de internationale gemeenschap. De commercialisering van menselijke overblijfselen werd steeds meer als problematisch beschouwd, niet alleen vanuit moreel oogpunt, maar ook vanwege de koloniale en postkoloniale machtsverhoudingen die eraan ten grondslag lagen.
Dit verbod betekende een belangrijke verschuiving in hoe de wetenschap omging met menselijk materiaal: wat vroeger haast gezien werd als een praktische noodzaak, werd nu onderworpen aan strengere ethische en juridische normen.
De discussie over menselijke resten in wetenschappelijke collecties die vandaag wordt gevoerd, toont hoe de wetenschap zich aanpast aan die veranderende ethische normen. Waar vroeger menselijke resten vaak zonder al te veel vragen als studiemateriaal werden gebruikt, is er nu een groeiend bewustzijn over de herkomst en de ethische implicaties ervan.
Dit heeft geleid tot strengere regelgeving, meer aandacht voor herkomstonderzoek en een toenemende voorkeur voor alternatieve studiemethoden, zoals hoogwaardige 3D-reconstructies en kunstmatige modellen. Die evolutie is ook duidelijk merkbaar in het didactische aanbod van UHasselt, waar steeds vaker ook digitale bronnen worden benut zoals Acland’s Video Atlas of Human Anatomy en de Human Anatomy Atlas, een uitgebreide 3D-atlas van het menselijk lichaam.