“Wat onderzoek jij eigenlijk?” Wie dan antwoordt: “Platwormen”, oogst zelden bewondering. Toch vormen deze kleine diertjes al sinds de jaren ’70 een academisch speerpunt aan UHasselt. Wat begon onder leiding van prof. dr. Ernest Schockaert aan het L.U.C. groeide uit tot internationaal erkend onderzoek naar biodiversiteit, systematiek, fylogenie en toxicologie van platwormen. Onbekend maakt onbemind? Niet in Diepenbeek!
Platwormen (Platyhelminthes) zijn kleine, tweezijdig symmetrische ongewervelden. Naast parasitaire soorten zoals lintwormen bestaat er een enorme diversiteit aan vrijlevende vormen (turbellariën) die voorkomen in zee, zoetwater, zand, op wieren en zelfs op land in vochtige omstandigheden. De meeste soorten zijn amper een halve tot drie millimeter groot, maar wie ze onder de microscoop bekijkt, ontdekt een verrassend complexe anatomie. Veel soorten zijn doorzichtig, waardoor interne organen in levende dieren bestudeerd kunnen worden: een droom voor biologen.
Platwormen zijn op meerdere fronten uitzonderlijk.
Sommige soorten kunnen verloren lichaamsdelen volledig opnieuw aanmaken – zelfs een hoofd of een compleet zenuwstelsel. Snijd je een worm in twee, dan krijg je twee dieren; als je ze in 100 stukjes snijdt, heb je er 100. Dat vermogen berust op hun grote reserve aan ongedifferentieerde stamcellen, de zogeheten neoblasten, die kunnen uitgroeien tot elk celtype. Dat maakt hen niet alleen fascinerend vanuit evolutionair oogpunt, maar ook relevant voor medisch onderzoek naar weefselherstel, zenuwschade en kanker.
Platwormen nemen een bijzondere plaats in aan de basis van de bilateraal symmetrische dieren, waartoe ook de mens behoort. Inzicht in hun verwantschappen werpt licht op de oorsprong van complexe dieren. Wie de stamboom van platwormen ontrafelt, begrijpt dus beter waar wij zelf vandaan komen. Bovendien vertoont de evolutie binnen de platwormen zelf een opvallende diversiteit, met meerdere onafhankelijke kolonisaties van land-, zoetwater- en semi-terrestrische habitats en zelfs het ontstaan van parasitaire lijnen.
Veel vrijlevende platwormen zijn simultane hermafrodieten: ze zijn tegelijk mannelijk én vrouwelijk. Dat leidt tot intrigerende voortplantingsstrategieën en zelfs tot wat onderzoekers plastisch omschrijven als een “war of genders”, waarbij partners elkaar met een stekelvormig copulatieorgaan doorboren. Hun voortplantingsorganen en spermatozoïden vertonen een verbluffende morfologische variatie – een goudmijn voor systematisch onderzoek.
Sinds 1975 bouwde de onderzoeksgroep Dierkunde aan een wereldreputatie in de studie van platwormen. Zo leverde de groep een indrukwekkende bijdrage aan de alfa-taxonomie: het beschrijven van soorten, het opstellen van monografieën en het uitwerken van fylogenetische hypothesen.
De groep verzamelde materiaal in vrijwel alle wereldzeeën: van de Belgische kust tot Zanzibar, van Australië tot Antarctica. Zelfs op 2.000 meter diepte in de Weddellzee bleken platwormen aanwezig.
Dat veldwerk resulteerde in een unieke natuurhistorische collectie van ongeveer 20.000 specimens die gefixeerd zijn op microscopische preparaten, waarvan er zo’n 5.400 deel uitmaken van een gelabelde referentiecollectie. De collectie omvat bovendien zo’n 600 typespecimens – de onvervangbare unieke referentie-exemplaren waarop soortbeschrijvingen gebaseerd zijn. De taxonomische databank - die momenteel duurzaam wordt beveiligd en ontsloten binnen het Europese DiSSCo-project (Distributed Systems of Scientific Collections) - vormt dan ook een levende wetenschappelijke schatkamer die zowel nationaal als internationaal wordt geraadpleegd.
Het onderzoek aan UHasselt beperkt zich niet tot systematiek en biodiversiteitsonderzoek. Platwormen blijken gevoelige indicatoren voor milieuvervuiling dankzij hun eenvoudige lichaamsbouw: slechts één cellaag scheidt hen namelijk van hun omgeving. Onderzoekers gebruiken ze daarom om de effecten te bestuderen van schadelijke stoffen zoals zware metalen, nano- en microplastics en andere verontreinigingen op regeneratie, stamceldynamiek en moleculaire processen.
Die expertise leidde tot innovatieve toepassingen. Zo ontwikkelde UHasselt een snelle en goedkope test om met behulp van platwormen kankerverwekkende stoffen te detecteren; een diervriendelijk alternatief binnen de 3V-strategie voor proefdiervrij onderzoek.
Platwormen zijn misschien niet aaibaar of spectaculair om te zien. Maar ze zijn evolutionair fundamenteel, ecologisch betekenisvol en biomedisch veelbelovend. Aan UHasselt vormen ze al een halve eeuw een rode draad in onderzoek dat reikt van Antarctica tot in de moleculaire kern van een stamcel.
Dus vraagt iemand nog eens: “Platwormen, waar dienen die voor?” Dan is het antwoord simpel: zelfs een dier van één millimeter kan ons verrassend veel leren over biodiversiteit, evolutie en gezondheid.
Als je als wetenschapper een uniek typespecimen ontdekt, mag je het een Latijnse naam geven - maar nooit je eigen naam, dat hoort niet. Wel mag je een soort naar iemand anders vernoemen. Zo bestaan er platwormen die genoemd zijn naar wereldkampioen veldrijden Erwin Vervecken of muzikant Jim Morrison.
Aan UHasselt kreeg een nieuwe soort de naam Reinhardorhynchus riae, als eerbetoon aan laborante Ria Vanderspikken voor haar onmisbare hulp bij staalnames, literatuurarchivering en collectiebeheer. Normaal wordt zo’n soortnaam op de achternaam gebaseerd, maar die bleek dit keer simpelweg te ingewikkeld om netjes te verlatiniseren.
Ria Vanderspikken