Tussen 1771 en 1778 werd onder leiding van graaf Joseph Jean François de Ferraris een uitzonderlijk gedetailleerde topografische kaart vervaardigd van de Oostenrijkse Nederlanden en het prinsbisdom Luik. Het project resulteerde in 275 handgetekende kaartbladen op een schaal van ca. 1:8.640 – een nauwkeurigheid die in Europa in die periode ongeëvenaard was.
De kaart werd in opdracht van de Oostenrijkse overheid opgesteld voor militaire en bestuurlijke doeleinden. Ze bracht het landschap, de infrastructuur, nederzettingen en natuurlijke elementen systematisch in beeld en diende onder meer voor strategische planning, belastinginning en domeinbeheer. Vandaag vormt de Ferrariskaart een onmisbare bron voor historisch, geografisch, landschappelijk en archeologisch onderzoek.
De exemplaren in onze collectie behoren tot een gedrukte editie die na 1807 verscheen. In plaats van manuscripten gaat het om kopergravures, uitgegeven als een reeks van 25 overzichtskaarten. Deze uitgave maakte het mogelijk het oorspronkelijke en kostbare kaartmateriaal breder te verspreiden voor administratief en educatief gebruik.
De schaal van 1:8.640 bleef behouden, waardoor de kaarten een uitzonderlijke rijkdom aan detail tonen. Wegen, waterlopen, reliëf, bossen, landbouwgronden, dorpen, hoeven, molens en kapellen zijn nauwkeurig weergegeven. Via symbolen en arceringen worden ook perceelstructuren en landgebruik zichtbaar, waardoor het achttiende-eeuwse landschap bijna letterlijk leesbaar wordt.
De universiteitsbibliotheek bezit een gedeeltelijke set van deze uitgave, bestaande uit vier van de 25 bladen:
Samen tonen deze kaarten een aaneensluitend beeld van het oosten van het huidige België in de late achttiende eeuw.
De kaarten kwamen via schenking in het bezit van de Faculteit Architectuur en Kunst. Hoewel de precieze herkomst onbekend is, vormt de set een waardevol geheel door haar cartografische kwaliteit en blijvende wetenschappelijke en didactische betekenis.
Tot op vandaag worden Ferrariskaarten ingezet in het onderwijs. Door vergelijking met hedendaagse topografische kaarten, GIS-data en satellietbeelden bieden ze inzicht in landschapsevolutie, historische geografie en ruimtelijke continuïteit.
Kaart IX bestrijkt een groot deel van het huidige Belgisch en Nederlands Limburg, met de Maas als centrale geografische as. De rivier fungeert zowel als natuurlijke grens als structurerend element voor nederzettingen, landbouwgebieden en verkeersroutes. De kaart toont een grote dichtheid aan plaatsnamen en een gedetailleerde weergave van dorpen, gehuchten en individuele hoeven. Steden zoals Maaseik, Bree, Maastricht, Tongeren, Sint-Truiden en Hasselt zijn duidelijk herkenbaar, net als kleinere nederzettingen die vandaag verdwenen zijn.
Het gebied verschijnt als overwegend agrarisch landschap, met akkercomplexen, natte graslanden langs de Maas en uitgestrekte bossen op hogere gronden. De rivier zelf is weergegeven met historische meanders, zijarmen en overstromingszones. Ook dijken, veerplaatsen en bruggen zijn aangeduid. In combinatie met hedendaagse kaarten en luchtfoto’s maakt dit het mogelijk veranderingen in rivierregulering en landschapsstructuur nauwkeurig te analyseren.