Campus Diepenbeek staat anno 2026 aan de vooravond van een grote transformatie. De site wordt de komende jaren heruitgevonden als een innovatieve belevingscampus, een plek waar studeren, werken en verblijven nog aangenamer worden. Opmerkelijk genoeg doet die toekomstvisie sterk denken aan de ambitieuze plannen uit het begin van de jaren ’70, toen de campus voor het eerst werd ontwikkeld.
“Eind jaren ’60 was het maatschappelijk draagvlak voor een universiteit in Limburg gigantisch. ‘Universiteit van alle standen’, ‘Ook voor onze jeugd gelijke kansen’, ‘Mijnen gesloten, universiteit open’: met die slogans trokken in 1969 maar liefst 11.000 Limburgers door Hasselt. Met die betoging is ons verhaal echt begonnen. Al duurde het nog tot september 1973 voor gouverneur Roppe het lintje van het Limburg Universitair Centrum (L.U.C.) mocht doorknippen.” (Ererector Luc De Schepper)
De vraag waar de universiteit moest komen, zorgde destijds voor de nodige discussie. Hasselt en Genk maakten allebei aanspraak, maar doorslaggevend was de nood aan 360 hectare goed bereikbare grond. Er bleven twee opties over: Kiewit of Diepenbeek. Uiteindelijk viel de keuze op Diepenbeek, niet om budgettaire redenen, maar omwille van de centrale ligging. Althans: zo was het gepland. Een aantal grote infrastructuurwerken, zoals de A24, werden nooit afgewerkt, waardoor de campus die centrale bereikbaarheid wat verloor.
De site bestond oorspronkelijk uit moerassige landbouwgrond, die door de provincie werd onteigend. Grondeigenaars kregen een bescheiden vergoeding, en soms ook werkzekerheid voor hun kinderen. Het domein werd groots opgevat: 67 hectare voor het eigenlijke campusgedeelte – tussen de Ginderoverstraat, Universiteitslaan, Agoralaan en Demer – en meer dan 300 hectare als zone van openbaar nut. Qua ambitie was dit vergelijkbaar met Louvain-la-Neuve. Op korte tijd werd het terrein volledig ontsloten en aangelegd met wegen en gebouwen: een krachttoer van formaat.
De campus was vanaf het begin méér dan een plek voor onderwijs alleen. Ze werd ontworpen als een wetenschapspark “avant la lettre”, waar onderwijs, onderzoek en innovatieve bedrijvigheid elkaar zouden versterken. De maquette uit de vroege jaren ’70, die in de daaropvolgende jaren nog werd geactualiseerd, illustreert die hoge ambities.
Omdat het aantal studenten aanvankelijk gestaag steeg, werd de infrastructuur rond bereikbaarheid en voorzieningen stap voor stap uitgebouwd. Prof. dr. Louis Verhaegen, de eerste rector, stimuleerde samenwerking met de hogescholen: de Katholieke Hogeschool Limburg (KHLIM), het provinciaal onderwijs (architectuur) en het rijksonderwijs (ingenieursopleidingen). Zo groeide Campus Diepenbeek uit tot hét centrum van hoger onderwijs in Limburg. Ook onderzoeksinstellingen vonden er een plek, met onder meer een provinciaal en later federaal laboratorium.
In de oorspronkelijke plannen waren er geen studentenkamers voorzien. Een rendabele uitbating vereiste minstens 120 kamers, en dat bleek financieel onhaalbaar. In de plaats daarvan kregen studenten met een beurs een woontoelage: een systeem dat in Vlaanderen uniek was.
Ook de gebouwen weerspiegelden de vernieuwende visie. Het hoofdgebouw (Gebouw D) werd deels door de Provincie Limburg en deels door het Limburgs Universitair Centrum (L.U.C.) gefinancierd en huisvestte zowel de universiteit als de Economische Hogeschool. Bibliotheek en restaurant werden gedeeld, wat de samenwerking tussen de instellingen versterkte. Pas twintig jaar later, in 1991, werd de Economische Hogeschool een volwaardige faculteit binnen de universiteit, na heel wat politieke discussies.
“De architectuur van het hoofdgebouw volgde een Scandinavisch model: studenten zouden hun dagen op de campus doorbrengen, met aandacht voor gemeenschapsvorming en sociale cohesie. De lange centrale gang en de agora werden het hart van het gebouw – een concept dat elders vaak werd nagevolgd, maar nergens zo succesvol als in Diepenbeek,” aldus erebeheerder Willy Goetstouwers
Ook het vernieuwende pedagogische onderwijsmodel liet zich voelen in de plannen: activerend onderwijs in kleine groepen, met intensieve begeleiding. Oorspronkelijk waren er zelfs amper auditoria voorzien, al werd dit vrij snel bijgestuurd.
Het Limburgs Universitair Centrum legde de basis voor wat vandaag de Universiteit Hasselt is: een universiteit die innovatie en internationale samenwerking steeds vooropstelt. De maquette uit de jaren ’70 toont hoe ambitieus die eerste plannen waren en herinnert ons eraan dat de huidige uitbouw van Campus Diepenbeek geen breuk is met het verleden, maar net een voortzetting van dezelfde vooruitstrevende droom.