Wie aan academisch erfgoed denkt, ziet vaak archieven of antieke instrumenten voor zich. Maar soms past wetenschappelijke geschiedenis letterlijk in de handpalm. De gesteenten- en mineralencollectie van de Universiteit Hasselt laat zien hoe tastbare objecten tegelijk studieobject, onderzoeksbron en erfgoedstuk kunnen zijn. Ze belichaamt precies wat academisch erfgoed zo eigen maakt: materiaal dat ontstond in een onderwijs- en onderzoekscontext en daar vandaag nog steeds actief wordt ingezet.
De basis van de collectie werd in de jaren 1960 gelegd door prof. Van Autenboer, die systematisch specimens aankocht om het geologieonderwijs te versterken. Later groeide de verzameling organisch verder dankzij veldvondsten tijdens geologie-excursies en onderzoeksreizen van onder meer prof. Mostaert en verzamelaar Styn Claeys, vandaag zelf collectiebeheerder en docent. Zo draagt de collectie letterlijk sporen van academische generaties: verzameld in het veld, bestudeerd in het labo en doorgegeven aan nieuwe studenten.
De focus ligt op gesteenten, al komen ook de belangrijkste gesteentevormende mineralen ruimschoots aan bod. Studenten biologie en chemie leren er niet alleen namen, maar vooral observatie: kleur, structuur, korrelgrootte, hardheid of een bruisreactie met zuur. Met zulke eenvoudige tests leren ze determineren zoals een geoloog dat doet: kenmerken combineren, hypotheses uitsluiten en tot een onderbouwde identificatie komen.
Tijdens de COVID-periode kreeg de collectie een digitale uitbreiding. Een belangrijk deel van de collectie werd gedocumenteerd in gedetailleerd fiches met beschrijving, ontstaansgeschiedenis, herkenningskenmerken en eenvoudige tests. Het resultaat is een helder opgebouwde veldgids die studenten stap voor stap leert hoe gesteenten worden geclassificeerd in magmatische, sedimentaire of metamorfe types; niet als droge theorie, maar als praktische vaardigheid.
Sindsdien is het directe contact met de fysieke specimens geconcentreerd in een intensieve werkzitting van drie uur, voorbereid en ondersteund door digitale documentatie en naslag. Daardoor is de collectie geëvolueerd van klassiek lesmateriaal tot een hybride leerinstrument waarin tastbare objectstudie en digitale begeleiding elkaar aanvullen. De verzameling is dan ook geen statische museumkast, maar een actief kennisarchief. Ze illustreert perfect wat academisch erfgoed zo bijzonder maakt: objecten die tegelijk historische getuigen én hedendaagse leermiddelen zijn.