Aan onze Faculteit Architectuur en Kunst staan echte pareltjes. Wie de ateliers binnenwandelt, ziet niet alleen miniatuurgebouwen, maar ook een verhaal over vakmanschap, verbeelding en technologische evolutie. Aan de hand van de maquettes zie je hoe het productieproces in enkele decennia ingrijpend veranderde, en toch inhoudelijk hetzelfde bleef.
In de jaren ’80, ’90 en 2000 werden maquettes vaak volledig met de hand gemaakt. Houtvezelplaten, massief dennenhout, balsahout, schuimkarton, papier en zelfs muggengaas: het waren de basismaterialen van de student-architect. De maquettes waren meestal didactisch bedoeld: ze hielpen studenten inzicht te krijgen in de opbouw van vaak iconische gebouwen.
Die doelstelling is vandaag nog altijd dezelfde. Wat veranderde, is de weg ernaartoe. Tegenwoordig tekenen studenten hun ontwerp eerst volledig digitaal. Vervolgens wordt het model laag per laag gelaserd uit karton, MDF of andere materialen. Het resultaat? Een verbluffende precisie en een rijkdom aan details die vroeger nauwelijks haalbaar waren. Op relatief korte tijd is het maken van maquettes dus enorm geëvolueerd.
Hoewel de oudere modellen soberder ogen dan hedendaagse ontwerpen, blijven ze van onschatbare waarde. Hun ambachtelijkheid heeft een grote aantrekkingskracht. Ze zijn uniek, letterlijk. Waar een digitaal ontwerp perfect reproduceerbaar is, draagt een handgemaakte maquette altijd de sporen van haar maker.
Of het nu gaat om met de hand geschuurde houtvezelplaten uit de jaren ’80 of om digitaal voorbereide en gelaserde kartonnen structuren van vandaag: vanuit de liefde voor het vak zijn beide types emotioneel evenwaardig. Samen tonen ze niet alleen architectuur in miniatuur, maar ook hoe ons onderwijs, onze ontwerpmethoden en onze technische mogelijkheden doorheen de jaren zijn veranderd.
De maquette van Villa Cook van Le Corbusier is vermoedelijk gemaakt voor een tentoonstelling rond Le Corbusier in het begijnhof van Hasselt (ca. 1987).
Op schaal 1:10 werd de maquette opgebouwd uit houtvezelplaat en massief dennenhout voor raamkaders en details. Het geheel kreeg een satijnwitte afwerking, waardoor het modernistische volume helder en krachtig tot zijn recht komt.
De maquette van Villa Rotonda van Andrea Palladio werd waarschijnlijk gerealiseerd binnen het vak ‘Vorm’ (ca. 1980–1987). Deze volumemaquette op schaal 1:20 combineert houtlagen en gipspanelen, afgestreken met gips en afgewerkt in wit- en pasteltonen. Hier spreekt de fascinatie voor proportie, symmetrie en klassieke harmonie.
De woningmaquette van Jo Kuypers uit ca. 1985–1988 (schaal 1:50) toont hoe inventief studenten toen al waren met materialen: schuimkarton, witgeschilderd balsa- of dennenhout, muggengaas voor ventilatieroosters, transparante kunststof voor ramen, en zelfs een spiegel om een watervlak te suggereren. Bamboeprikkers met piepschuimbollen verbeelden bomen. Het resultaat is speels, tastbaar en onmiskenbaar handgemaakt: een klein universum op zichzelf.
Het studiepaneel over Maison Tassel van Victor Horta toont hoe analyse en verbeelding samenkomen. Op schaal 1:30 zien we een volumemaquette van de gevel in bristolkarton en schuimkarton, gecombineerd met een aquareltekening in Chinese inkt. Een kleur- en materiaalstudie volgens het NCS-systeem vervolledigt het geheel. Het werd in 2007 vervaardigd door studenten Glenn Janssens en Yannick Van Grieken binnen het vak ‘Beelding’.
De maquette van de Weissenhof-Siedlung van Le Corbusier en Pierre Jeanneret toont hoe verfijnd maquettewerk kan zijn. Op schaal 1:100 werd het landschap gelaagd uitgewerkt in bruin golfkarton, met bomen in gedroogd sedum. Het gebouw zelf combineert wit schuimkarton, fijn handgesneden bristolkarton en transparant kunststof voor de raampartijen. De studenten Jeroen Bohnen, Sibe Duijsters, Pim Jacobs en Sam Van Der Veken gaven ca. 2012-2013 deze maquette vorm binnen het opleidingsonderdeel ‘Beelding’ voor de tweede bachelor architectuur.
De maquette van ‘Mobipunt Yes!’ (Belle Brabants, 2019) is een presentatiemodel uit de eerste bachelor Architectuur, ontworpen voor een landschappelijke site langs het voormalige fruitspoor in Jesseren. Het project combineert een mobipunt met een polyvalente ruimte en onderzoekt de spanning tussen publieke en private ruimte in dialoog met het landschap. Op schaal 1:50 is het terrein gelaagd uitgewerkt in bruin golfkarton, met water in transparante kunststof. De gebouwen en zelfs de fietsen zijn nauwkeurig gelaserd uit wit bristolkarton.